Straat BBQ 2016

De zomer vliegt voorbij, de scholen zijn weer begonnen, dus de hoogste tijd om met de buren wat gezelligs te doen. Voordat het te laat in het jaar wordt c.q. te koud, willen wij komende zaterdag met elkaar BBQ’en op de vertrouwde plek in de straat. De insteek is heel eenvoudig:

                          B-Y-O; Bring Your Own

Heb je een BBQ? neem vooral mee! Of heb je een onvergetelijk bijgerecht zoals pastasalade, niet te evenaren satésaus, special smokey-bbq-saus,  etc… dat je wil delen met je buren, vooral doen!!!!
We begrijpen dat het erg kort dag is, maar spontaan is altijd het leukst !!!

Gezellig als ook jullie komen; RSVP; bbq@vanmerlenstraat.nl

Programma:
+ 17:00 uur Start met een borrel
18:00 uur BBQ
??:00 Einde

Groet, Andries Ritsema (91) en Bastiaan van Nederveen (89)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Startpagina

 

De Van Merlenstraat is een straat in het Regentessekwartier in Den Haag, die voornamelijk uit statige herenhuizen bestaat en rond 1892 is aangelegd.

Baron_Jean-Baptiste-van-Merlen.jpg  

De straat in de sneeuw

De straat

De straat is vernoemd naar [[Jean Baptiste Baron van Merlen]] (Antwerpen, 15 april 1772 – Waterloo, 18 juni 1815), veldheer in het Bataafse leger, onder andere in Spanje en gesneuveld tijdens de Slag bij Waterloo. De straatnaam is vastgesteld door Cornelis Goekoop dzn. Het bouwplan Goekoop werd met de straatnamen in 1885 door de gemeenteraad goedgekeurd.

Bewoners

  • Jan Toorop is één van de bekendste en beroemdste bewoners van de straat.
  • Cees Slinger, zeker niet minder bekend als de bekende jazzpianist van o.a. de door hem opgerichte band Diamond Five, heeft tot het einde in de straat gewoond. Ook heeft hij in 2005 een gastoptreden gegeven samen met de band Jumpin Joe.
  • Hans Janmaat heeft tot het einde van zijn leven in de straat gewoond.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Baron Jean Baptiste van Merlen

Baron_Jean-Baptiste-van-Merlen.jpgVader was Bernardus Josephus Antonius van Merlen, geboren op 24 April 1746 en overleden te Antwerpen 28 Februarij 1819. De moeder heette Anna Carolina Liegois. Hij is geboren als 5e van 14 kinderen op 11 Mei 1772 te Antwerpen. Hij is als zestienjarigen leeftijd als vrijwilliger in dienst getreden bij de troepen welke door de staten van Brabant, toendertijd in opstand tegen het Oostenrijkse gouvernement, op de been waren gebracht. In 1792 ging hij in de rang van 2e luitenant over in het eerste regiment Belgen, dat in dienst van Frankrijk stond, en nam deel aan de veldtochten in 1793 en  1794 in de Nederlanden. Hij kweet zich dapper van zijn plicht in het gevecht bij Berchem, niet ver van Antwerpen, waar hij met zijn ruiterij twee stukken geschut veroverde, als ook in het gevecht bij Lancelles, een dorpje in Vlaanderen, op  18 augustus  1793, waar hem twee ribben door een geweerkogel werden verbrijzeld. In 1795 ging Van Merlen, terwijl  hij reeds sinds  11 augustus 1793 de rang van kapitein in het Franse leger had verkregen, als eerste luitenant over in dienst der Bataafsche republiek. Hij werd geplaatst bij de huzaren en in hetzelfde jaar nog tot ritmeester bevorderd. Met de huzaren maakte hij de verschillende veldtochten mee, waaraan de legermacht der Bataafsche republiek in die dagen deel nam. Tijdens de veldtocht in Noordholland 1799 was het regement, waarbij hij diende, ingedeeld bij de divisie du Monceau, welke divisie een belangrijk aandeel heeft gehad aan de strijd tegen de Engelsen en de Russen. In de slag bij Bergen werd hij, bij gelegenheid van een aanval van de huzaren op de vijandelijke ruiterij, die langs het strand over Egmond aan zee trachtte voort te rukken, van zijn paard geworpen, doch het lukte hem, na enkele uren bewusteloos op het slagveld te hebben gelegen, zich ‘s nachts weer bij zijn regement te voegen. Gedurende de veldtocht van het volgende jaar waren de huzaren ingedeeld bij het leger in Duitsland, en Van Merlen verkreeg toenmaals een eervolle melding wegens zijn gedrag in het gevecht bij Oberschwach op 2 december  1800.
[Jean Baptiste, baron van Merlen] MERLEN (Jean Baptiste, baron van).Bij de afdeling van het Bataafsche leger, waarover het bevel aan generaal du Monceau was opgedragen, en welke in 1805, een kamp bij Zeist betrok, daarna zich in Den Helder inscheepte met het doel om deel te nemen aan de ontworpen landing in Engeland, en eindelijk de veldtocht van het jaar in Oostenrijk meemaakte, was ook het regement huzaren ingedeeld, en daardoor was Van Merlen ook tegenwoordig bij de bekenden slag van Ulm, waar de keizer de Oostenrijkers zulk een gevoelige slag toebracht.Met roem overladen, keerde het regement huzaren, in het begin van 1806 naar Nederland terug, waar enkele maanden later de verandering van regeringsvorm plaats vond, ten gevolge waarvan Lodewijk Napoleon, koning van Holland werd. De ritmeester Van Merlen trok de aandacht van de koning, en ontving vele bewijzen van diens genegenheid. Spoedig werd hij luitenant-kolonel bij het regiment huzaren der garde, kort daarop majoor bij dat korps, ridder van de Unie, en eindelijk (5 Maart 1808) kolonel en commandant van de gehele cavalerie der garde. Na de laatste benoeming bleef echter de hoge gunst, waarin Van Merlen bij koning Lodewijk stond, niet lang zijn deel, althans de koning begeerde hem niet langer meer in zijn onmiddellijke nabijheid te hebben, en benoemde hem tot commandant van het 3e regement huzaren, dat zich in Spanje bevond, met het bevel zich dadelijk daarheen te begeven. Van Merlen nam nu het bevel der Hollandsche huzaren in Spanje op zich en woonde onder anderen de slag bij Almonaced bij, 10 Aug. 1809, waar bij een charge deed op de Spaanse ruiterij die met het beste gevolg werd bekroond, en bij een tweede charge, in verband met de Franse dragonders, een park oververmeesterde, uit verscheidene kanonnen en kaissons bestaande.Intussen was het regement huzaren, reeds ten gevolge van de vermoeienissen van de oorlog, zo zeer gekrompen, dat daaruit nauwelijks een eskadron gevormd kon worden. Van Merlen heeft dit aan de minister van oorlog Krayenhoff gemeld, en ontving daarom het bevel om zich in het voorjaar van 1810 naar Holland terug te keren, ten einde daar op nieuw drie eskadrons samen te stellen. Volgens Krayenhoff, zou, wanneer koning Lodewijk, die destijds te Parijs was, de orde zond dat de kolonel van Merlen uit Spanje terug moest komen, dit het sein zou zijn om Holland tegen Frankrijk te verdedigen, zoals destijds het plan bestond.Koning Lodewijk beschikte echter anders over Van Merlen, en toen deze met het detachement dat naar Holland terug zou keren reeds op weg naar het vaderland was, ontving hij een koninklijk besluit van 9e mei, waarbij hem werd gelast, in plaats van naar Holland terug te keren, zich dadelijk weder bij zijn regement in Spanje te vervoegen. Dit was een grievende teleurstelling; want hoezeer er niets vernederends in gelegen is, om, wanneer de nood zulks vordert, het bevel te voeren over een kleinere afdeling, dan waarop onze rang het recht heeft, hier bestond niet één reden om aan van Merlen een taak op te dragen, die zeer goed door een ritmeester volbracht had kunnen worden. Intussen er bleef weinig anders over dan te gehoorzamen, en Van Merlen keerde daarom naar Spanje terug, waar hij het bevel over het overblijfsel van het 3e regement bleef voeren tot na de inlijving van Holland in het Franse keizerrijk. De keizer vergoedde echter Van Merlen het leed dat de koning hem had aangedaan. Cambier, de Hollandsche minister van oorlog, overtuigd dat de verdiensten van Van Merlen niet genoeg gewaardeerd waren geworden, vestigde in een zijner laatste brieven aan de Franschen minister van oorlog de aandacht op dien hoofdofficier, beval zijne belangen dringend aan en eindigde onder anderen met deze woorden: ‘Cet officier fort bien noté, mérite d’être tiré de l’oubli. Je vous prie done monseigneur de vouloir lui donner un commandement plus analogue à son rang et de la mettre à même de prouver à sa majesté imperiale qu’il est pas indigne de ses bontés.’ Het gevolg hiervan was dat Napoleon, Van Merlen benoemde tot commandant van het 2e regement van de garde, dat zich toen in Spanje bevond. Van Merlen bleef tot in 1813 in Spanje, toen hij benoemd werd tot brigadegeneraal en commandant der 2e brigade van de cavaleriedivisie Chastel, behorende tot het cavaleriekorps Latour-Maubourg dat bestemd was om deel te nemen aan de veldtocht in Duitsland. Roemrijk streed hij aan het hoofd van zijn brigade in de veldtocht van dat jaar en het volgende. Bij Leipzig werden hem twee paarden onder het lijf doodgeschoten, en in het gevecht bij Montereau, februari 1814, dekte hij met de cavalerie en 800 man infanterie op uitmuntende wijze de terugtocht van Marmont, maar werd door drie lanssteken zwaar gewond en moest zich krijgsgevangen geven. Door de zorg van de prins van Wittgenstein werd hij getransporteerd naar Fontainebleau, waar ook de keizer zich bevond, die daar, gelijk bekend is, afstand deed van de Franse troon. Enkele dagen voor deze gebeurtenis, liet Napoleon aan Van Merlen, die vroeger reeds met de orde der reunie en achtereenvolgende met het ridderkruis en het officierskruis van het legioen van eer was begiftigd, het diploma uitreiken van baron van het keizerrijk.Toen Lodewijk XVIII de Franse troon had beklommen, nam Van Merlen zijn ontslag uit de Franse dienst, en keerde naar Nederland terug. Hij trad als generaal-majoor in de gelederen van het Nederlandse leger, en werd bij de samenstelling van het leger te velde, belast met het bevel van de 2e brigade lichte cavalerie. Aan het hoofd van die brigade maakte hij de korte maar bloedige veldtocht mee, waardoor de keizer onherroepelijk ten val werd gebracht. Zijn eerste optreden tegenover de keizerlijke troepen was niet gelukkig. Vroeg in de morgen van de 16 juli opgerukt naar Quatres-Bras, kwam hij daar aan juist op het ogenblik dat de Nederlanders, die tot daartoe de stelling verdedigd hadden en die op het punt waren te bezwijken voor de overmacht, door een nieuwe aanval van de geduchte Franse cavalerie bedreigd werden. Hij had zijn brigade nog niet eenmaal behoorlijk in slagorde kunnen stellen, toen hij bevel kreeg ogenblikkelijk een charge op de Franse ruiterij te richten. Zo geschiedde, maar de Nederlandse huzaren (regement huzaren no. 6, Boreel) werden door de tegenpartij overhoop geworpen en totaal verslagen; een uitkomst die niets bevreemdends heeft, wanneer men het overhaaste van de aanval in aanmerking neemt, en daarbij bedenkt dat de Nederlandse ruiterij reeds 10 uren had gemarcheerd, en in getalsterkte verre beneden de tegenpartij stond.Bij Waterloo was de 2o brigade gelukkiger in hare strijd tegen de Franse ruiterij; maar zij had daarentegen het ongeluk om de beminde aanvoerder door een kanonskogel dodelijk te zien worden getroffen.Vlak na zijn dood lezen wij in het Engelse militaire tijdschrift United Service: ‘Onder allen, wier dood het verbonden leger op het noodlottige slagveld van Waterloo had te betreuren, was geen moediger krijgsman dan de dappere generaal Van Merlen, de bevelhebber der 2e brigade lichte ruiterij. Kort voor hij de noodlottige wond ontving die een einde aan zijn leven maakte, ontmoette hij te midden van de strijd een Frans generaal, met wie hij onder de vroegere Franse regering, op vriendschappelijke voet had verkeerd, en die hij op dat moment had kunnen doden of gevangen had kunnen nemen; maar het denkbeeld versmadende om voordeel te doen met de toestand, waarin het toeval hem had geplaatst, groette hij hem en zei: ‘generaal, dit is mijn gedeelte van het slagveld, en dat het uwe, zorg voor uwe veiligheid, vaarwel.’Het schijnt dat de dappere krijgsman vervuld was met een voorgevoel van zijn naderend einde. Terwijl hij enige verversingen gebruikte met de generaal Ghigny (de bevelhebber der 1e brigade lichte cavalerie), de slag reeds begonnen zijnde, merkte de laatste aan, dat het geschutvuur van de vijand in hevigheid toenam.’ ‘Ja,’ zei generaal Van Merlen, ‘het zal een hete dag zijn, en voor mij de laatste.’ ‘Spreek zo niet mijn vriend,’ riep generaal Ghigny toe, ‘God geve dat gij nog menig andere dag mag beleven.’ ‘Neen,’ antwoordde Van Merlen op neerslachtige toon, ‘na deze dag zal ik er geen meer beleven!’ Zijn woorden waren maar al te waar; korte tijd nadat hij ze had gesproken, viel hij, dodelijk gewond, terugkerend van een charge, waarbij hij op een uitstekende wijze zijn brigade tegen de vijand had aangevoerd. Zijn adjudant steeg van het paard, en wilde bij hem blijven, maar hij sloeg dit vriendelijke aanbod af, zeggende dat zijn diensten nuttiger zouden zijn voor de brigade dan voor hem, daar hij voelde dat hij geen half uur meer te leven had. Op zijn tafel vond men een brief aan zijn vrouw, waarin hij haar een hartelijk vaarwel zei, en zijn voorgevoel uitte van zijn nabij zijnde dood, net zoals hij dit aan generaal Ghigny had gedaan.Het lijk van den generaal werd in de kerk te Waterloo begraven; een gedenkteken versierd zijn graf, waarop de volgende regels gebeiteld staan: ‘Dans ce champ belliqueux ou sa valeur succombe, Sa gloire et nos regrets accompagnent sa tombe.’Een tweede steen, door de officieren van het regement huzaren no. 6, dat tot de brigade van Van Merlen behoorde en zeer vele verliezen bij Quatre-Bras en Waterloo had geleden in dezelfde kerk, ter herinnering aan hun gesneuvelde wapenbroeders, bevat almede een huldebetoon aan de generaal Van Merlen.Rijk aan militaire ondervinding, koelbloedig in het gevecht, vastberaden van karakter, en volkomen bekend met de behoefte en eisen van zijn wapen, was de generaal Van Merlen een uitstekend cavalerieaanvoerder, en zijn vroegtijdige dood was voor het vaderland een onmiskenbaar verlies. De luitenant-generaal, kanselier der Militaire Willems-orde schreef dan ook aan zijn weduwe, dat ‘èn Z.M. èn de prins van Oranje èn de gehele armée hem betreurden,’ en deed haar voorts uit naam des konings kennen dat de generaal Van Merlen ‘indien hij zijn dappere gedragingen had mogen overleven, een aanzienlijke graad bij de Militaire Willemsorde zou hebben bekleed, en dat, hoezeer Z.M. daaromtrent geen beschikking had kunnen nemen, de naam van de generaal evenwel in de registers dier orde zou worden opgetekend.’Hij huwde Reina Gesina Ligtenvoort, en liet één zoon na, Jonkheer Bernard van Merlen. Deze was tijdens de slag van Waterloo in dienst, nam deel aan de Belgischen veldtocht, en heeft zijn laatste jaren met zijn echtgenoot Gerardina Adriana van Everdingen als gepensioneerd generaal-majoor te Zalt-Bommel doorgebracht. Hun enige zoon, Jonkheer Jean Baptiste Van Merlen was ritmeester bij de cavalerie.Van generaal Van Merlen bestaat slechts een weinig gelijkend portret bij de familie te Zalt-Bommel in steendruk gebracht door E. Spanier.Zie Krayenhoff, Geschiedk. beschouwing van den oorlog op het grondgebied der Bataafsche Republiek in 1799 8o. Nijm. 1832; Sypesteyn, Over het tweede regement Holl. huzaren; Bosscha, Neerl. Heldend. te land, D. III. bl. 360, 463, 503; J.B.J. van Doren, Strategisch verhaal der veldslagen bij Mont Saint Jean 1815. Amst. 1865; Galerie des Contemporains, T. VIII. p. 60. Biogr. gener. Biogr. univ. bron: A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden. Deel 12. Eerste stuk. J.J. van Brederode, Haarlem 1869, http://www.dbnl.org/tekst/aa__001biog14_01/colofon.php